Brandbeveiliging van gebouwen
Constructieve aspecten - de Eurocodes

In het kader van 'Fire Safety Engineering'

Vormende waarde

De brandveiligheidswetgeving in Europa en ook in België evolueert in deze 21ste eeuw zonder twijfel van een prescriptieve naar een performantiële wetgeving. De Europese Commissie financierde in dit verband beleidsondersteunend onderzoek. Een prescriptieve wetgeving heeft het voordeel van de eenvoud in toepassing en controle, maar heeft ongetwijfeld het nadeel van rigiditeit en gebrek aan flexibiliteit bij het uitvoeren van grote projecten en bij toepassing van de hedendaagse ontwerpmethodes voor bouwwerken. In een performantiële wetgeving wordt aan de ontwerper de keuze gelaten op welke manier hij een voorgeschreven veiligheidsniveau bereikt, maar het wordt dan wel zijn taak het bewijs ervan te leveren. Hiermee wordt de weg geopend naar het aanwenden van een breder scala aan technieken, namelijk de zogenaamde 'Fire Safety Engineering' methoden. Er wordt een grotere verantwoordelijkheid gelegd bij de ontwerpers en er wordt meer kennis vereist van de vertegenwoordigers van de overheid aan wie het toezicht is toevertrouwd, namelijk de preventiemedewerkers bij de brandweer. Het KB van 19.12.1997 (BS van 30.12.1997) en meer in het bijzonder bijlage 6 'Brandveiligheid in Industriegebouwen' voorzien al in de mogelijkheid alternatieve brandveiligheidtechnieken toe te passen.

De brandweerstand van constructies kan zowel langs experimentele als langs rekenkundige weg bepaald worden. De rekenkundige bepaling van de brandweerstand van bouwelementen maakt het onderwerp uit van de reeks Europese normen EN 1991- 1-2, EN 1992-1-2, EN 1993- 1-2, EN 1994- 1-2, EN 1995-1-2, EN 1996-1-2, de zogenaamde E U R O C O D E S . Deze opleiding heeft tot doel inzicht te geven in het constructief gedrag van gebouwen bi j brand en in het praktisch gebruik van de Europese normen.